Als geen ander kent Brugge een boeiende geschiedenis. Die bestaat niet enkel uit grootse gebeurtenissen, maar nog meer uit vele petites histoires, kleine wetenswaardigheden die zelden of nooit worden opgerakeld. In de reeks ‘Brugsche vertalseltjies’ diept gediplomeerd stadsgids Chris Weymeis weetjes op uit een rijkgevulde historische grabbelton. Deze week: onverbeterlijke ruziemaker verliest zijn hoofd.
Vechtersbazen zijn van alle tijden, maar sommigen konden bijzonder driest te werk gaan. Zelfs een strenge bestraffing hielp niet, zodat de doodstraf het ultieme verdict was. Dat bewijst het verhaal van de Brugse mandenmaker Walraeve van Poucke. Die verscheen op 30 augustus 1539 voor de vierschaar om er te worden gevonnist.
Hij was lid van het ambacht van de mandenmakers, getrouwd en woonde in het Pluimstraetkin (later Bezemstraat en nu Nikolaas Desparsstraat). Walraeve moest zich verantwoorden voor diverse misdrijven zoals een ruw optreden, gewelddaden en opstokerij. Hij schrok er zelfs niet voor terug om de deken en leden van de eed (bestuursleden) van zijn ambacht hardhandig aan te pakken. Kortom de schadebeletters (politiemannen) en de ghezworen colfdragher (gerechtsdienaren) hadden er hun pluk aan. Dit alles zorgde ervoor dat Walraeve voor de vierschaar verscheen. Hij werd veroordeeld tot het laten maken van een metalen hand met de vermelding waarom die hand werd gemaakt. Voorts moest hij op de Burg openbaar worden gegeseld en moest wegens godslastering zijn tong met een gloeiend ijzer worden doorboord. Zijn verbanning van vijftig jaar uit het graafschap Vlaanderen werd later ongedaan gemaakt.

Geen compassie
Walraeve van Poucke beloofde dan wel zijn leven te beteren, maar drank en slecht gezelschap beslisten daar anders over. Hij herviel in zijn ondeugden, dit tot schrik van zijn buren en heel wat herbergiers waar hij en zijn ‘vrienden’ geregeld ruzie zochten. Zo had Walraeve eens in de herberg In de Balance in de Pluimstraat een dienstmeid achternagezeten zwaaiend met een degen omdat zij niet rap genoeg zijn canne bier bracht. Ook in de herberg Sint-Joris op de Markt zocht hij ruzie met de uitbater omdat die de dronken Walraeve geen bier meer wou schenken. Gevolg was dat Walekin, zoals Walraeve ook wel werd genoemd, begon te vloeken en te tieren en drie glazen vensters aan diggelen sloeg. Resultaat van dit alles was dat Walraeve op 26 mei 1545 opnieuw voor de vierschaar moest verschijnen.
Hoewel hij op de pijnbank alle beschuldigingen toegaf, ontkende hij die nadien. Het kon niet baten, hij werd veroordeeld en het vonnis luidde dat hij op de Burg in het openbaar met een zwaard onthoofd moest worden. Veel compassie hadden ze niet, want het vonnis werd onmiddellijk na de uitspraak uitgevoerd. (CW/foto’s Davy Coghe)
Herlees alle afleveringen via www.kw.be/dossier/Brugsche vertalseltjies. Lezers met vragen over een Brugs historisch onderwerp kunnen terecht op [email protected].
The post Onverbeterlijke ruziemaker verliest zijn hoofd is provided by KW.be.
