“Wat hangt mij, met al mijn goedheid, nog boven het hoofd?” Zelfs in volle paniek doet Georgette De Roo uit het Oost-Vlaamse Eeklo midden jaren 80 nog een gooi naar een Oscar. Speurders hebben net het lichaam van haar eerste man Albert opgegraven, en vastgesteld dat er amper ontbinding is. Oorzaak? Een chemische stof die ook overvloedig in het lichaam van haar huidige vriend Maurits blijkt te zitten. Twee leeggangers die het gewoon verdiend hebben, meent Georgette. Al blijkt tijdens haar assisenproces dat het venijn ook figuurlijk van haar kwam.
Socioloog Andreas Reckwitz: ‘Ook de hogeropgeleide stedeling kan een verliezer worden’
Lees het volledige artikel op de website van De Morgen.
